U bevindt zich hier: Interview met Passwater
Terug naar: Artikelen
Algemeen: Disclaimer Contact info Onze filosofie Vacature voor een arts (m/v)

Zoeken naar:

Interview met Passwater

Een interview met Richard A. Passwater over recente ontwikkelingen in de preventieve geneeskunde.

Door Johan Bolhuis, orthomoleculair arts

Dr. Richard A. Passwater gaf op 3 en 4 april 1996 in Amsterdam een perslezing en een seminar over de kracht van preventie.

Afbeelding: Richard Passwater & Johan Bolhuis -

Passwater is een Amerikaanse biochemicus die bekend staat om zijn encyclopedische kennis van voeding in de relatie tot gezondheid. Hij is een van de eersten die het belang inzag van de vrije-radicalen theorie en heeft onderzoek gedaan naar de oorzaak van veroudering. Vanaf 1960 heeft hij vele publikaties op zijn naam staan, onder meer over vitamine E, selenium, kanker en veroudering. Daarnaast is hij is auteur van meer dan 20 boeken.
Passwater, 58 jaar, gekleed in een zwart pak, draagt een grote bril en een enorme koffer met honderden dia's. Normaal is hij zeer bescheiden, dit keer echter ook een beetje trots. Want er is iets gaande.
Langzaam maar zeker krijgt hij zijn gelijk. Al vanaf 1974 spreekt hij over het belang van vitamine E bij hart- en vaatziekten. Nu is er bewijs dat suppletie van vitamine E één van de krachtigste middelen lijkt te zijn ter preventie van hartinfarcten en sterfte aan hart- en vaatziekten. Dit bewijs is 23 maart 1996 gepubliceerd in een van de meest gezaghebbende medische tijdschriften, The Lancet. Door alle publiciteit rondom de "gekke koeienziekte" heeft het nauwelijks de verdiende aandacht gekregen. Het betreft een groot dubbelblind placebo gecontroleerd onderzoek, genaamd de Cambridge Heart Antioxidant Study (CHAOS), bij 2002 patiënten met aangetoonde kransslagadervernauwingen (coronair atherosclerosis). In dit onderzoek werd gekeken of suppletie van vitamine E (400-800 IE) de kans op sterfte door hart- en vaatziekten of het krijgen van een hartinfarct zou verkleinen. Het blijkt dat de groep die vitamine E kreeg 77% minder kans had op het krijgen van een hartinfarct in vergelijking tot de groep die een placebo kreeg en 57% minder kans had op het overlijden aan een hart- of vaatziekte.1)
Behalve dit onderzoek is er de laatste tijd meer veelbelovend onderzoek gedaan naar voedingssupplementen. Zo is er net een onderzoek afgerond over de preventieve werking van selenium op kanker. Selenium werkt als een soort anti-oxydant voor drie agressieve peroxidasen en het kan zich binden aan zware metalen zoals cadmium en kwik, waardoor deze minder schadelijk zijn. Veel mensen hebben een tekort aan selenium omdat er te weinig in onze grond en dus in ons voedsel zit. Suppletie van selenium zou helpen tegen vermoeidheid, angst en depressie.2)
Uit een zeer recent groot onderzoek blijkt dat na 5 jaar suppletie met selenium er een sterke afname kan zijn van de kans op het krijgen van diverse vormen van kanker. Seleniumsuppletie gaf 42% minder kans op het krijgen van kanker, 52% minder kans op sterfte aan kanker, 39% minder kans op longkanker en 69% minder kans op prostaatkanker.3) Dit onderzoek is in 7 verschillende klinieken uitgevoerd en opvallend genoeg hadden alle 7 klinieken soort gelijke bevindingen.
Wat Passwater zo enthousiast maakt over de zojuist genoemde onderzoeken is dat het zeer goed opgezette prospectieve onderzoeken zijn waaruit blijkt dat het innemen van voedingssupplementen preventief kan werken. "Voor preventie van diverse aandoeningen is het van belang dat je een gezonde leefstijl er op na houdt. Dus zul je moeten zorgen voor gezond eten, verse groenten en fruit, bij voorkeur biologisch dynamisch verbouwd, niet roken, niet te veel verzadigde vetzuren en voldoende lichaamsbeweging. En nu zouden we eraan kunnen toevoegen; het extra innemen van vitaminen en mineralen."

Opvallend is dat de auteurs van het artikel over vitamine E geen duidelijke aanbevelingen doen om hartpatiënten voortaan vitamine E te geven, terwijl uit dit onderzoek en ook uit enkele andere onderzoeken 4,5) duidelijk een preventief effect van vitamine E blijkt. Passwater verklaart dit als volgt. "Allereerst is er nogal eens sprake van veranderde inzichten. Wat vandaag zeer duidelijk blijkt, kan na een nieuw onderzoek toch minder duidelijk zijn. Als wetenschapper heb je een bepaalde reputatie, daar moet je voorzichtig mee zijn. Keiharde uitspraken kunnen je reputatie behoorlijk schaden, zeker als dit op een gevoelig terrein ligt. Vitamines liggen al jaren op een omstreden terrein. Ten tweede wil je als wetenschapper altijd dat je verder onderzoek kan en mag doen. Als je een artikel beëindigt met een conclusie die geen twijfel mogelijk laat zul je minder makkelijk geld krijgen voor verder onderzoek dan wanneer je zult besluiten met een aanbeveling voor verder onderzoek. Als laatste wil je als onderzoeker graag een publikatie en dus zul je altijd het verhaal vormen naar de wensen van de beoordelaars. Deze mensen verwachten een grote voorzichtigheid bij het bekend maken van nieuwe ideeën. Ondanks deze voorzichtigheid heeft in ieder geval één van de onderzoekers, professor M.J. Brown, in een interview te kennen gegeven dat hij mensen met hart- en vaatziekten en zij die een grote kans hierop hebben adviseert om extra vitamine E te nemen."
Volgens Passwater heeft iedereen een grote kans op hart- en vaatziekten en zou dus iedereen extra vitamine E kunnen gebruiken. De vraag is of dit nu echt nodig is.
Passwater beantwoord deze vraag met een tegenvraag: "Wat is nodig? Als je kijkt wat een mens echt nodig heeft dan kijk je naar wat nodig is om te overleven. Dan hebben we veel minder kleren nodig, veel minder eten, geen duur huis, geen auto, geen t.v., geen snacks enzovoort. Dat is echter niet wat we willen. We geven de voorkeur aan veel kledingstukken, een mooi huis, een mooie auto en een goede gezondheid. We weten dat mensen gezonder kunnen eten. Het National Cancer Institute in Amerika heeft eens op een willekeurige dag aan een grote groep mensen gevraagd wat ze die dag hadden gegeten. Uit dit onderzoek bleek dat 40% van de Amerikanen op die dag geen fruit en dat 20% geen groente gegeten had.6) We kunnen gezonder eten en daardoor minder kans op ziekten krijgen. We kunnen dat dieet nog extra aanvullen met voedingssupplementen en daardoor langer leven en een betere kwaliteit van het leven hebben, d.w.z. minder klachten van diverse aandoeningen."

Langer leven en gezonder leven dankzij voedingssupplementen, is dat te verklaren?

"Op dit moment kennen we meer dan zestig ziektebeelden waarbij vrije-radicalen een grote rol spelen. Vrije radicalen zijn zeer actieve stoffen die ons lichaam kunnen beschadigen. Bronnen van vrije radicalen zijn onder andere onze eigen stofwisseling (verbruik van zuurstof), cigarettenrook, uitlaatgassen, chemicaliën, meervoudig onverzadigde vetzuren en ontstekingen. Je kunt een vrije radicaal zien als een onstabiele verbinding die een oneven aantal elektronen bezit en dus een ongepaard elektron heeft. Om stabiel te worden gaat een vrije radicaal driftig op zoek naar een partner voor dit >vrije elektron=. Vrije radicalen kunnen bij ieder molecuul dat ze tegenkomen proberen een elektron te >stelen=, met als gevolg dat dit molecuul op zijn beurt een vrije radicaal kan worden. Zo kan er een kettingreactie ontstaan die pas stopt als een vrije radicaal een elektron krijgt van een vrije radicalenvanger of anti-oxydant."
Zelf werkte Passwater al vanaf de jaren zeventig aan onderzoek naar vrije radicalen en de invloed daarvan op het verouderingsproces. Hij gaf ratten en muizen extra anti-oxydanten om ze te beschermen tegen vrije radicalen en merkte dat ze langer leefden. Er waren toen wetenschappers die beweerden dat ze ouder werden omdat ze minder ziekten zoals hart-en vaatziekten en kanker kregen en dit blijkt inderdaad zo te zijn. Vooral verse groenten en fruit zijn rijk aan anti-oxydanten, zoals onder andere de bioflavonoïden en de carotenen.
Behalve door toevoeging van extra anti-oxydanten is er nog een andere manier om knaagdieren langer te laten leven. Als je de dieren namelijk veel minder te eten geeft (calorische restrictie) dan leven ze ook langer. Aan Passwater vroeg ik wat nu belangrijker is; minder eten of meer anti-oxydanten eten?
"Het beste is allebei. Veel eten betekent een extra belasting voor het lichaam onder andere door vorming van vrije radicalen. Het is bekend dat je door minder te eten ouder kunt worden. Tegenwoordig eten de mensen te veel, te zoet, te vet, te geraffineerd en van te slechte kwaliteit. Als ik moet kiezen tussen het advies alleen minder te eten of meer anti-oxydanten innemen dan zal ik toch voor het laatste kiezen omdat we door te weinig inname van anti-oxydanten sneller zullen sterven."
Er wordt de laatste jaren veel geschreven over anti-oxydanten. Enkele bekende stoffen met anti-oxydant werking zijn vitamine A, vitamine E, vitamine C, bèta-caroteen, selenium, glutathion, co-enzym Q10, catalase en superoxyde dismutase (SOD) waarin de elementen zink, koper en mangaan een belangrijke rol spelen. Welke stoffen staan op dit moment vooral in de belangstelling?
"Op dit moment zijn er enkele stoffen die volop de aandacht krijgen. De belangrijkste zijn wel liponzuur, tocotriënol, pycnogenol en andere bioflavonoïden (we kennen er nog maar ongeveer 20 van de zeker 600 verschillende soorten)."
"Liponzuur (in het Engels: lipoic acid of thiotic acid) is een zowel in water als in vet oplosbaar zwavelhoudende stof die door ons eigen lichaam kan worden gemaakt en vaak tot een subgroep van de B-vitaminen gerekend is. Omdat we het zelf kunnen aanmaken is het geen echte vitamine. De aanmaak van liponzuur verschilt per persoon en neemt af bij diverse ziekten en ouderdom. Liponzuur is een sterke anti-oxydant. Het speelt een belangrijke rol bij de ontgifting. Door middel van de zwavelgroepen kan het makkelijk binden aan zware metalen en deze zo zelfs uit ons lichaam verwijderen. Ook is liponzuur een co-enzym in de produktie van energie. Het bevordert de opname van glucose door o.a. spiercellen. In Duitsland wordt liponzuur al vele jaren toegepast in de behandeling van diabetische polyneuropathie7) (aandoening van de zenuwen ten gevolge van suikerziekte). Volgens enkele laboratoriumproeven zou het zelfs zenuwaangroei kunnen bevorderen. Liponzuur kunnen we gedeeltelijk uit het voedsel halen, het zit vooral in rood vlees. Voor zij die liever niet teveel vlees eten is liponzuur verkrijgbaar in capsules."
vlees eten is liponzuur verkrijgbaar in capsules.
"Tocotriënol is wat de werking betreft te vergelijken met tocoferol ofwel vitamine E. Alleen tocotriënol heeft ook nog een duidelijk cholesterol verlagend effect. Het is al veel langer bekend, maar is pas sinds kort beschikbaar als supplement."
"Pycnogenol, ook wel OPC (oligomeric proanthocyanidines) is een van de bioflavonoïden die volop in de belangstelling staan. Het is mogelijk een goede remedie bij allerlei allergische aandoeningen, doorbloedingsstoornissen en heeft een duidelijk beschermende invloed op hart- en vaatzieken. Het werkt als een zeer krachtige anti-oxydant en is vele malen effectiever dan vitamine C en vitamine E."
Op het internet, onder de nieuwsgroep "alt.support atten-deficit" zie je allerlei beweringen waaruit zou blijken dat Pycnogenol ook zou werken bij Attention Deficit Hyperactivity Disorder (ADHD). Weet u daar iets meer van?
"Ja, er is in Amerika net een onderzoek gestart en ik weet nu al dat er uitkomt dat dit voor sommige patiënten een goed middel is. Kenmerkend van ADHD is het hyperactieve gedrag, het niet kunnen concentreren, moeite hebben aandacht te houden en het snel verveeld zijn. Pycnogenol suppletie kan soms deze mensen binnen enkele weken een stuk rustiger en evenwichtiger maken. We moeten echter afwachten tot er meer onderzoek naar gedaan is alvorens we hier concrete uitspraken over kunnen doen, maar het is een veelbelovend nieuw middel."
Een andere kwestie die van belang is wanneer we kijken naar recente ontwikkelingen op het gebied van de anti-oxydanten is de aandacht voor het ijzergehalte in het bloed. Uit diverse onderzoeken blijkt dat een verhoogd ijzergehalte een risicofactor kan zijn voor onder andere hart- en vaatziekten, artrose en kanker. Aangezien vrouwen tijdens hun menstruatie bloed en daarmee ook ijzer verliezen is hun ijzergehalte meestal minder hoog. Mogelijk hebben vrouwen hierdoor minder kans op hart- en vaatziekten.
Haemochromatosis is een ziektebeeld waarbij het ijzergehalte verhoogd is. IJzer kan indirect een bron van vrije radicalen zijn. Volgens Passwater wordt het aantal mensen dat haemochromatosis heeft fors onderschat. Reden hiervoor is dat men er pas op oudere leeftijd klachten van kan krijgen en er routinematig bijna nooit naar het ijzergehalte gekeken wordt. Mensen die een verhoogd ijzergehalte hebben raadt hij aan meer anti-oxydanten te nemen en voorzichtig te zijn met multi-vitaminepreparaten die ijzer bevatten. Daarnaast zouden zij mogelijk minder vitamine C moeten slikken, aangezien vitamine C de ijzeropname bevordert. Er zijn echter ook onderzoeken waaruit blijkt dat vitamine C slechts een tijdelijke verhoogde opname geeft. Op dit moment is er volgens Passwater nog geen eenduidig beeld van het risico van een overmaat aan ijzer, maar zeer waarschijnlijk is het wel schadelijk. Mensen die in de familie veel hart- en vaatziekten, artrose en kanker hebben zouden er volgens Passwater goed aan doen om eens hun ijzergehalte te laten bepalen aangezien een verhoogd ijzergehalte mogelijk erfelijk is.
Uit dit laatste blijkt dat naast voeding ook andere factoren bepalend zijn. Ieder mens is uniek oftewel er is sprake van een biochemische individualiteit. De één maakt meer liponzuur aan, de ander slaat meer ijzer op, nog weer een ander neemt minder makkelijk mineralen op. Het gaat er dus niet alleen om wat je eet, maar ook hoe je lichaam dat opneemt en verwerkt. Ondanks al deze verschillen kunnen we toch enkele algemene aanbevelingen doen.
Duidelijk is dat er nog steeds veel onderzoek gaande is op het gebied van de anti-oxydanten. Enkele nieuwe stoffen blijken zeer waardevol te zijn, vooral ter preventie van diverse ziekten. Een goede voeding, met dagelijks verse groenten en fruit blijft de hoofdzaak. In ons voedsel zitten zoveel stoffen waarvan we de mogelijk beschermende werking nog niet weten. Vanwege een betere opname is rustig eten en goed kauwen van groot belang. Ondanks onze uiterste inspanningen zo verantwoord mogelijk te eten kunnen we van bepaalde stoffen tekorten hebben. Misschien niet zozeer als je kijkt naar de dagelijks aanbevolen hoeveelheden, maar wel als je kijkt naar de optimale hoeveelheden. Hierbij zijn we onder andere afhankelijk van hoeveel mineralen er in de grond zitten, hoe rijp bijvoorbeeld het fruit is en onze eigen opname en verwerking.
Van enkele stoffen weten we nu dat we ze veilig extra kunnen innemen om onszelf te beschermen tegen vrije radicalen. We spreken dan van inname van voedingssupplementen om een betere gezondheid te krijgen. Passwaters boodschap is ons te laten zien dat voedingssupplementen iets kunnen toevoegen. Een langer leven en een gezonder leven.

Literatuur:
1) Stephens NG, Parsons A, Shofield PM, Kelly F et al. Randomised controlled trial of vitamin E in patients with coronary disease: Cambridge Heart Antioxidant Study (CHAOS). Lancet 1996; 347: 781-86.
2) Benton D, Cook R. The impact of selenium on mood. Biol. Psychiatry 1991; 29/11: 1092-1098.
3) Clark LC, Federation of American Societies for Experimental Biology (FASEB). Abstract in FASEB Journal 10(3): A550 Abs#3171 (8 maart 1996).
4) Rimm EB, Stampfer MJ, Ascherio A., Giovannucci E et al. Vitamin E consumption and the risk of coronary heart disease in men. N.Eng.J.Med 1993;328:1450-56.
5) Stampfer MJ, Hennekens CH, Manson JE, Colditz et al. Vitamin E consumption and the risk of coronary heart disease in women. N.Eng.J.Med 1993:328: 1444-49.
6) Passwater R.A. The new supernutrition, your guide to super health and vitality. Pocket Books, Newyork 1991, pag.12.
7) Passwater R.A. Lipoic acid: the metabolic antioxidant. A Keats Good Health Guide, Keats Publishing, Inc. New Canaan, Connecticut, 1995.