Radiotherapie
Orthomoleculaire ondersteuning bij radiotherapie
Radiotherapie is het geven van een maximale dosering die nog
verdragen wordt door de normale weefsels
en bidden dat deze dosis voldoende is om de tumor af te remmen.
(Hendrickson en Withers, 1991).
Volgens een recente "provocerende" publicatie zou een beetje straling nodig zijn om gezond te kunnen leven en zelfs een verlaagde kans op kanker geven. Net zoals je af een toe een prikkel van een antigeen nodig hebt om je immuunsysteem alert te houden, zou straling nodig zijn om je ontgiftings- en herstelmogelijkheden alert te houden (1). Een beetje straling is misschien goed, maar zoals bovenstaande uitspraak van Hendrickson en Withers laat zien is er bij radiotherapie sprake van een wankel evenwicht tussen effectieve therapie en ernstige bijwerkingen.
Sinds het einde van de 19e eeuw wordt radiotherapie toegepast als behandelmethode bij kanker.Was er in het verleden sprake van een forse dosis straling met veel bijwerkingen, tegenwoordig is de radiotherapie een staaltje hi-tech precisiewerk. Door vanuit verschillende hoeken te bestralen (2 of 3-dimensionaal) en de dosis over diverse bestralingen te verdelen is er een goed resultaat met veel minder bijwerkingen te behalen. Met name bij snel delende weefsels en in gebieden waar chirurgisch moeilijk gewerkt kan worden (o.a. mond, keel, hals, hoofd) is radiotherapie een mogelijk effectieve optie. Ook in het kader van pijnbestrijding (vooral bij botmeta's) kan radiotherapie bijdragen aan een betere kwaliteit van leven. Toch blijft er een aantal nadelige kanten aan bestraling zitten. Zo weet men vaak nog niet precies hoe vaak men moet bestralen en met welke dosis. Onderzoek (o.a. Van Leeuwen, 1994) laat zien dat bestraling op een gebied er voor zorgt dat in dat zelfde gebied er een grotere kans is op kanker veroorzaakt door de bestraling. Bestraling in het hoofhals gebied geeft een kans op een blijvende verminderde speekselproductie en vaak kortstondig (voorbijgaande) kapot mondslijmvlies en drink- en eetklachten. Bestraling geeft vaak huidklachten en verbrandingsverschijnselen vergelijkbaar met verbranding door te intensief zonnebaden. Bestraling verzwakt ons immuunsysteem en laat bij proefdieren een versnelde veroudering van het immuunsysteem zien. Aangezien een niet effectief werkend immuunsysteem bijdraagt aan een verhoogde kans op het krijgen van kanker of uitzaaiingen (2) is dit immuunsysteem verzwakkende effect mijns inziens een ernstige bijwerking. Met name bij bestraling van botmetastasen en bestraling in buik- en bekkengebied is er kans op een verlaagde immuunstatus door schade aan het beenmerg. Verdere bijwerkingen van bestraling zijn: algehele moeheid, misselijkheid, braken, diarree, gebrek aan eetlust, afsluiting (stenosis) van vaten, beschadigd darmweefsel door de bestraling en daardoor een minder goede opname van voedingsstoffen, afname van smaak en reuk, verslechtering van het gebit, botafbraak, fistelvorming en verklevingen. (2). Uiteraard hangt het van de plaats en de intensiteit van de bestraling af.
Omdat veel mensen de bestraling als iets zeer schadelijks zien is het logisch dat ze op zoek gaan naar een gezonde ondersteuning of aanvulling als tegenwicht. Patiënten vragen dan ook regelmatig of aanvulling met voeding of vitaminen kan helpen. Veel artsen zijn echter een beetje huiverig in het voorschrijven van anti-oxidanten bij iemand die nog bestraald moet worden. Immers radiotherapie is onder andere effectief omdat het in het gebied van de tumor zorgt voor een overdosis aan vrije radicalen waardoor het tumorweefsel beschadigd wordt en de tumor geremd wordt in zijn celdeling. Sommige artsen vrezen dat anti-oxidanten deze vorming van vrije radicalen zou remmen en daardoor het effect van radiotherapie afzwakken. In de medisch literatuur is echter geen ondersteuning voor deze angst te vinden, wel het tegendeel.
Een uitgebreid overzichtsartikel van Lamson et al. over de interacties van anti-oxidanten op chemotherapie en radiotherapie laat geen nadelige effecten van suppletie met anti-oxidanten zien en somt vele voordelen zoals grotere effectiviteit en minder bijwerkingen op. (3)
In het algemeen kan worden gesteld dat een gezonde voeding rijk aan verse groente en fruit en de goede vetten (met name omega-3-vetzuren uit vette vis of lijnzaad) kan bijdragen aan een beter herstel. Voor meer informatie hierover adviseer ik de boeken van Houtsmuller (4) en het zeer aan te bevelen boek Nutritional Oncology (2). Bepaalde stoffen uit de voeding, zoals isoflavonen (bijv. genistein uit soja of uit boterbonen), groene thee, rooibosthee, curcuma, zoethout en wei-poeder, kunnen eveneens de groei van kankercellen remmen.
Eén van de veel gehoorde bijwerkingen bij bestraling is een algehele vermoeidheid. Mijn ervaring is dat suppletie met een goede multivitamine, ginkgo biloba, dhea (let op: alleen onder controle van een arts en niet bij prostaatcarcinomen en hormoongevoelige tumoren), melatonine en soms ginseng en rozemarijn hier uitkomst kan brengen.
In het overzichtsartikel van Lamson en het boek "Beating cancer with nutrition" van Patrick Quillin (5) wordt de invloed van diverse voedingstoffen op het effect van radiotherapie besproken. Vitamine A, betacaroteen, lycopeen, selenium, vitamine E, glutathion, acetylcysteine, vitamine C en een combinatie van deze stoffen in bijvoorbeeld een goede multivitamine kunnen de bijwerkingen van de radiotherapie verminderen en zelfs bijdragen aan een betere kwaliteit van leven of een verhoogde overlevingskans.
Multivitamine/mineralen en radiotherapie.
In een onderzoek van Jaakkola werden 4 vrouwen en 14 mannen met kleincellig longcarcinoom behandeld met een combinatie van chemotherapie, radiotherapie en suppletie met anti-oxidanten (vitaminen, spoorelementen en vetzuren). In deze groep werd een duidelijk verlengde overlevingsperiode gevonden. Ook bleek dat deze groep opvallend goed de chemotherapie en de radiotherapie verdroeg. De patiënten die het eerste met de anti-oxidanten suppletie starten leefden het langst. Na 32 maanden was nog 44% van deze patiënten met een zeer agressieve tumor in leven. Een groot nadeel van dit onderzoek is dat het een kleine groep betreft en een niet gerandomiseerd onderzoek betreft.(6)
Een ander boeiend onderzoek laat zien dat tekorten aan vitaminen en mineralen een zelfde effect hebben op gezonde cellen als bestraling. Zelfs geringe tekorten kunnen net als straling schade aan het DNA-veroorzaken.(7)
Aangezien we bij radiotherapie juist de gezonde cellen zo gezond mogelijk willen houden is het voorkomen van DNA-schade bij de gezonde cellen een noodzaak. Ook hier lijkt een goede voeding en aanvulling met supplementen aan te raden.
Vitamine A en radiotherapie:
In vitro onderzoek op menselijke kankercellen laat zien dat vitamine A de kankercel gevoeliger maakt voor bestraling (8). Een voor-onderzoek naar radiotherapie in combinatie met een vitamine A derivaat (cis-retinoic acid) liet bij 47% effect op de tumor zien en bij 33% een complete remissie. De controle groep zonder de vitamine A had 42% effect op de tumor en slechts bij 17% een complete remissie (9). Het gunstige effect van vitamine A wordt deels verklaard vanuit een immuunstimulerend effect.
Betacaroteen en radiotherapie:
Bij mensen die bestraald werden in het mondgebied bleek dagelijkse suppletie met 75 mg betacaroteen een duidelijke afname te geven van de door radiotherapie veroorzaakte ontsteking van het mondslijmvlies (10). Mogelijk is het natuurlijke caroteen effectiever dan het synthetische.
Vitamine C en radiotherapie:
Een gerandomiseerd onderzoek bij 50 mensen die radiotherapie en 5 keer daags 1 gram vitamine C kregen liet beduidend meer effect van de radiotherapie zien in de vitamine C groep ten opzichte van de controlegroep en ook kwamen minder bijwerkingen voor (11). Muizen die een hoge dosis straling kregen, hielden 1,7 keer zoveel beenmergcellen in leven indien ze vooraf vitamine C ontvingen (12). Mogelijk kan vitamine C ons beenmerg beschermen tegen straling.
Vitamine E en radiotherapie:
Onderzoek naar vitamine E in de vorm van d-alfa-tocoferol succinate laat een remmend effect zien op de celdeling van kankercellen en het remmend effect van radiotherapie te versterken, zonder invloed uit te oefenen op gezonde weefsels (13). Soms ontstaat ten gevolge van de bestraling verbindweefseling (fibrosis) in het bestraalde gebied. Vitamine E heeft een gunstig effect op vermindering van deze bijwerking.
Selenium en radiotherapie:
Onderzoek van een aantal Duitse KNO-artsen laat zien dat suppletie met selenium (natriumseleniet) voorafgaand aan bestraling lijdt tot minder ernstige bijwerkingen. Minder oedeemvorming, minder kortademigheid en minder necrose(14). Een fase III studie naar het effect van selenium bij bestraling in het KNO-gebied is onderweg.
Melatonine en radiotherapie:
Er is veel onderzoek gedaan naar het effect van melatonine op chemotherapie en radiotherapie. Mijn ervaring is dat het kan helpen om de bijwerkingen tegen te gaan, om te zorgen voor een goede nachtrust en het is een van de sterkste anti-oxidanten (naast liponzuur, acetylcysteine en ginkgo biloba) voor ons zenuwstelsel. Een gerandomiseerd onderzoek bij 30 patiënten met een bepaalde hersentumor laat zien dat de combinatie radiotherapie en melatonine (20 mg / dag) zorgde dat in de melatonine groep na 1 jaar nog 6 van de 14 patiënten leefde tegen 1 van de 16 bij de groep die geen melatonine kreeg. Ook was er sprake van minder bijwerkingen van de radiotherapie (15).
Naast suppletie met vitaminen en mineralen is suppletie met diverse fytotherapeutische middelen ook aan te bevelen. Het is niet de bedoeling van dit artikel om daar nu uitvoerig op in te gaan, maar met name voor de middelen coriolus versicolor, astragalus, ginseng, rozemarijn, groene thee, curcuma en in mindere mate ginkgo biloba zijn studies bekend die een aanvullende werking laten zien bij radiotherapie.
Samenvattend kunnen we stellen dat er geen reden is voor de angst dat anti-oxidanten de werking van radiotherapie belemmeren en dat er vele aanwijzingen zijn dat het een prima aanvulling kan zijn om de kans op een succesvolle behandeling te vergroten.
Voor meer informatie verwijs ik de geïnteresseerde lezer naar het geweldige boek van Heber, Nutritional Oncology (referentie 2).
© Deze tekst is geschreven door Johan Bolhuis, arts en reeds eerder gepubliceerd in het vakblad: FoliaOrthica. Voor recente aanvulling op de literatuur verwijzen we graag naar de lijst met gerandomiseerde studies op www.ngoo.nl
Literatuur:
1. Luckey TD. Nutr Cancer 1999;34(1):1-11 Nurture with ionizing radiation: a provocative hypothesis.
2. D. Heber, G.L. Blackburn en V.L.W. Go. Nutritional Oncology. Academic Press. ISBN 0123359600
3. Davis W. Lamson, MS, ND and Matthew S. Brignall, ND. Antioxidants in Cancer Therapy; Their Actions and Interactions With Oncologic Therapies. Altern Med Rev 1999;4(5):304-329
4. Dr. A.J. Houtsmuller. Niet-toxische tumortherapie, een aanvulling. Uitg. Bohn, Stafleu, Van Loghum.1997. ISBN 9031319511
5. Patrick Quillin. Beating Cancer with Nutrition.1998 ISBN 09638372
6. Jaakkola K, Lahteenmaki P, Laakso J, Harju E et al. Treatment with antioxidant and other nutrients in combination with chemotherapy and irradiation in patients with small-cell lung cancer. Anticancer Res 1992 May-Jun;12(3):599-606
7. Ames BN Micronutrient deficiencies. A major cause of DNA damage. Ann N Y Acad Sci 1999;889:87-106
8. Duchesne GM, Hutchinson LK. Reversible changes in radiation response induced by all-trans retinoic acid. Int J Radiat Oncol Biol Phys 1995;33:875-880.
9. Park TK, Lee JP, Kim SN, et al. Interferon-alpha 2a, 13-cis-retinoic acid and radiotherapy for locally advanced carcinoma of the cervix: a pilot study. Eur J Gynaecol Oncol 1998;19:35-38.
10. Mills EED. The modifying effect of beta-carotene on radiation and chemotherapy induced oral mucositis. Br J Cancer 1988;57:416-417.
11. Hanck AB. Vitamin C and cancer. Prog Clin Biol Res 1988;259:307-320.
12. Harapanhalli RS, Yaghmai V, Giuliani D, Howell RW, Rao DV Antioxidant effects of vitamin C in mice following X-irradiation. Res Commun Mol Pathol Pharmacol 1996 Dec;94(3):271-87
13. Jha MN, Bedford JS, Cole WC, Edward-Prasad J, Prasad KN Vitamin E (d-alpha-tocopheryl succinate) decreases mitotic accumulation in gamma-irradiated human tumor, but not in normal, cells. Nutr Cancer 1999;35(2):189-94
14. Buntzel J. [Experiences with sodium selenite in treatment of acute and late adverse effects of radiochemotherapy of head-neck carcinomas. Cytoprotection Working Group in AK Supportive Measures in Oncology Within the scope of MASCC and DKG]. Med Klin 1999 Oct 15;94 Suppl 3:49-53
15. Lissoni P, Meregalli S, Nosetto L, et al. Increased survival time in brain glioblastomas by a radioneuroendocrine strategy with radiotherapy plus melatonin compared to radiotherapy alone. Oncology 1996;53:43-46.




