Lezing Alexandra over autisme
De invloed van voeding en darmstoornissen op autisme.
(lezing van Alexandra Alons, arts, gehouden op het MBOG-symposium: “(On-)gezond jong”, 5 oktober 2002 te Ede)
Autisme is een multi-causale aandoening
. Tijdens deze lezing zal ik aan de darm en voeding gerelateerde oorzaken belichten.
Autisme is een aandoening die zich in derde levensjaar manifesteert, het komt 3 tot 4 keer meer voor bij jongens dan bij meisjes. Bij autisten is er sprake van een stoornis in de sociale interactie en verbale en non-verbale communicatie en verbeeldende activiteit. Ze zijn rigide en ze neigen tot stereotypie, ze verdragen nauwelijks verandering in hun omgeving en ze hebben vaak een cognitieve stoornis, 70 % heeft een IQ lager dan 70.
Ik ga de lezing beginnen met een casus.
Ze heet Sanne en kwam drie jaar geleden voor het eerst bij mij op het spreekuur en was toen net 5 jaar oud. Ze had als diagnoses gekregen autisme; PDD-NOS en ADHD. Haar moeder maakte zich erg ongerust over haar dochter; Sanne had dagelijks buikpijn, ze werd dan erg bleek en trok zich terug. Haar moeder constateerde dat de buik van haar dochter dan hard aanvoelde.
Tijdens de zwangerschap viel het haar moeder al op dat ze verkrampt in de buik lag en dat ze bewoog op vaste tijden op de minuut af. De bevalling verliep normaal en Sanne had een goede Apgar-score. Sanne was een huilbaby, ze spuugde veel en had waarschijnlijk buikkrampen. Haar moeder kon niet bij haar weggaan, als ze even wegging was ze ontroostbaar. Als er een nieuw lakentje in haar bed lag, bijvoorbeeld met een andere afbeelding erop dan raakte ze al in paniek. Ook maakte ze geen contact met haar moeder. Er waren van kleins af aan al tekenen dat er iets niet goed was met Sanne.
Als baby had ze forse obstipatie, dit begon na introductie van het eerste hapje. Spelen met andere kinderen vond ze moeilijk omdat kinderen onvoorspelbaar waren en niet precies deden wat zij wilde. Haar eerste echte woordje dat ze zei na papa en mama was het woordje “verkeerd”. Hiermee gaf ze aan dat de plant b.v. niet precies goed stond, veranderingen waren dus voor haar bedreigend. Het was bijna niet mogelijk bij anderen op bezoek te gaan na een half uur begon ze dan zo te huilen en ze was dan bijna niet meer te kalmeren. Later toen ze wat ouder was kon ze via haar pop duidelijk maken dat ze verdrietig was. Ze zij dan zusje, zo heette de pop, is verdrietig. Ook sliep ze slecht en ze had regelmatig nachtmerries. Vaak was ze moe en ze klaagde over hoofdpijn en pijn in de gewrichten. Sanne kon zich niet concentreren en geluiden en beelden kon ze niet goed verdragen.
Haar IQ werd geschat onder de 70-80 en Sanne’s ouders werd verteld dat ze uiteindelijk misschien zwakzinnig zou kunnen zijn. Haar begrijpende taalontwikkeling was slecht en ze kreeg daarvoor begeleiding van een logopedist. Ook had Sanne tics, ze maakte zomaar geluiden, ze haf de neiging tot dwangmatig aanraken en plotselinge bewegingen maken. Ze ging naar een medisch dagverblijf waar haar ouders kregen te horen dat ze nooit zelfstandig zou kunnen functioneren.
Behandelaars dachten dat die buikpijn iets anders aan gaf en dat het psychisch was, veel kinderen geven namelijk op die manier diverse klachten aan. Haar moeder wou het toch verder uitzoeken en kwam tenslotte bij mij op het spreekuur.
Sanne heeft verder 5 AB kuren gehad vanwege middenoorontstekingen, blaasontstekingen en een longontsteking.
Haar ontlasting was wisselend, ze had obstipatie en vervolgens weer overloopdiarree en er zijn onverteerde resten in de ontlasting aanwezig. Ze heeft ook veel last van winderigheid en een bolle buik.
Bij lichamelijk onderzoek vond ik haar buik gespannen aanvoelen en bol en ze had een levendige peristaltiek. Verder was ze vrij tenger en bleek. Haar huid voelde droog aan. Ze was beweeglijk en ze maakte niet echt contact met me.
Ze gebruikte de volgende nogal heftige medicatie:
- Risperdal ( antipsychoticum)
- Clonidine ( tegen de hoofdpijn)
- Promethazine (slaapmiddel)
Onderzoek:
- bloedonderzoek
- Hb 7.0 mmol/l wat wat aan de lage kant was, ze kreeg hiervoor een ijzerdrankje van de huisarts
- antilichamen tegen endomysium,gliadine en reticuline zijn negatief. Dus in het bloed geen tekenen van een glutenallergie aangetoond, dit is niet 100 % betrouwbaar.
- Lactulose-mannitol-test is 0.382 (<0,09) is sterk verhoogd wat een verhoogde doorlaatbaarheid van de darm aantoont.
- Biopt van het jejenum laat geen vlokkenatrofie zien en wel een verhoogd aantal intra-epitheliale lymfocyten. Wat duidt op een lichte ontsteking.
- Haaranalyse: resultaten van de haaranalyse geven een malabsorptiebeeld aan. Bijna alle mineralen zijn verlaagd. Zware metalenbelasting is matig.
- In de ontlasting wordt een de candida albicans (2 x 103 per g normaal < 10 per g) gevonden dat is tweehonderd keer hoger dan normaal en een Salmonella typhi, geen parasieten.
Behandeling
Allereerst heb ik de Candida behandelt met Nystatine gedurende 3 maanden en probiotica en een multivitamine gegeven. Ook at Sanne geen geraffineerde suikers en producten die mycotoxinen bevatten (overrijp fruit, bananen, champignons, pinda’s, schimmelkaas). Na een aantal weken gaf ze al aan dat ze veel helderder kon denken. De wolk was uit haar hoofd.
Na de uitslag van het biopt zijn we op proef gestart met een glutenvrij-dieet en sindsdien zijn Sanne’s klachten allemaal verdwenen.
Na herhaling van de lactulose-mannitol test bleek die normaal (0,033), ook was de ontlasting normaal, Candida albicans en de Salmonella waren verdwenen.
De linker tekening
is gemaakt voor de behandeling, de rechter een half jaar later. Duidelijk is dat ze in een korte periode een flinke verbetering is opgetreden.
Nu drie jaar later gaat het nog steeds erg goed met Sanne. Ze volgt normaal onderwijs, ze is sociaal en een van de beste van de klas. Ook is Sanne erg vrolijk , ze heeft veel vriendinnen en gaat graag op visite bij anderen mensen. Ze heeft de eerste prijs bij een kindersurvival gehaald en heeft voor de lol zwemdiploma C zwemmen gehaald (om beter te zijn dan haar ouders). Ook is ze volledig vrij van medicatie.
Ik was erg verbaasd over het resultaat, dat na een vrij eenvoudige en korte behandeling een kind zo kon veranderen en zelfs kon genezen.
Bij Sanne hadden een dysbiose en een glutenintolerantie en/of allergie een grote invloed op haar totale functioneren met name op haar geestelijk functioneren.
Dit bracht mij ertoe meerdere kinderen met soortgelijke klachten te behandelen en naast Sanne zijn er bij deze kinderen matige tot soms net zo indrukwekkende veranderingen te zien.
Wat zijn nu de mogelijke oorzaken die in verband staan met de darmen en voeding?
Als je daar naar kijkt dan moet je beginnen met het darmepitheel.
Het darmepitheel kan verstoord zijn door:
- vlokkenatrofie door glutenallergie, ook wel Coeliakie
-chronische enteritis/colitis
-dysbiose
- Tekorten van o.a. diverse voedingsstoffen
daardoor
- malabsorptie
- maldigestie
-verhoogde permeabilteit van de darm
-toxische belasting, de darm is ontgifter en barriere
voor giftige stoffen
-immuniteit raakt verstoord of was al verstoord waardoor de darmklachten zijn ontstaan ( denk aan allergie, auto-immuunstoornis)
- vorming van exorphines uit voedingseiwitten uit gluten en caseine
Hier in een schema heb ik de onderlinge factoren proberen weer te geven. Er is zoals u ziet een duidelijke samenhang tussen deze factoren en velen kunnen een invloed op autisme hebben.
In de literatuur kon ik geen verbanden vinden tussen autisme en Coeliakie.
Wat je wel ziet is een verband tussen ontstekingen van de darm en autisme.
Prof. Andrew Wakefield heeft onderzoek gedaan naar de relatie tussen autisme en darmafwijkingen. Hij is er tegen aangelopen omdat ouders hem erop wezen dat hun kinderen het eerste anderhalf jaar normaal functioneerden. Totdat hun kind darmklachten kreeg, deze kinderen hadden vaak een opgeblazen buik en buikpijn, en hun gedrag verslechterde enorm. De kinderen werden uiteindelijk gediagnosticeerd als zijnde autist.
Ze hadden allemaal obstipatie, ook al was in de eerste instantie de klacht diarree. Maar dat bleek een zogenaamde overloop-diarree te zijn; dunne ontlasting die langs de te harde ontlasting loopt.
Ouders gaven ook aan dat bepaald voedsel het gedrag van de kinderen deed verslechteren en als een kind dat voedsel een tijdje niet at verbeterde het gedrag weer.
Prof. Wakefield voerde in eerste instantie een ileocolonscopie uit bij 12 kinderen en bij 9 kinderen vond hij een hyperplasie van de lymfeklieren aan het einde van het ileum voor de overgang naar het colon. De afbeelding laat aan de onderkant een normaal beeld zien. De bovenste twee foto’s
laten duidelijk ontstoken darm zien met zwelling van de lymfeklieren. Bij 11 kinderen vond hij een microsopische aantoonbare chronische infectie van het colon.
90 % van de 50 kinderen die hij later onderzocht heeft hadden hyperplasie van de lymfeklieren in het ileum en een colitis en 52 % van de kinderen hadden ernstige, graad 3 hyperplasie van de lymfeklieren. Hij noemde het dit beeld een “Autische Enterocolitis”.
Door middel van urinetest is aangetoond dat de kinderen een B12-tekort hebben, B12 is essentieel voor vorming van een myelineschede om de neuronen van het CZS.
Dit is nodig voor een goed functionerend zenuwstelsel. Dit proces vindt plaats tot ongeveer het tiende levensjaar.
Hij vermoedt dat een verstoring in het immuunsysteem de hoofdoorzaak van het probleem is.
Microscopisch onderzoek van de weefsels lieten veel anti-virale lymfocyten en immuuncellen zien die het lichaamseigen darmweefsel beschadigden. Hij denkt dat het een auto-immuunproces is. Sommige kinderen hadden ook een IgA deficiëntie.
Het bleek dat maar 16% van 151 kinderen het normale aantal lymfocyten in hun bloed hadden. Daarbij reageerde 55% van deze kinderen niet op een antigeen test. Oftewel het immuunsysteem reageerde niet adequaat.
Volgens Wakefield is er mogelijk een relatie met de BMR vaccinatie en autisme. Dit is echter nog een zeer onduidelijk iets.
Bij een andere studie
werden bij 36 autistische kinderen een endoscopie gedaan, de hoofdzakelijke klachten waren diarree, opgeblazen buik en buikpijn.
69,4% had een graad 1 of 2 reflux-oesophagitis, 15 hadden een chronische gastritis en 24 een chronische duodenitis. 58,3% zaten laag in de koolhydraatsplitsende enzymactiviteit terwijl er geen pancreasafwijkingen gevonden werden.
Verder reageerde 75% van de kinderen na intravenzeuze toediening van secretine met een toegenomen productie van gal en pancreasenzymen. Opvallend hierbij was dat met name de 19 kinderen met diarree een significant hogere productie hadden dan de kinderen zonder diarree. De invloed van secretine kom ik straks nog op terug
Door een chronische infectie, voedselallergie en medicatie kan de doorlaatbaarheid van de darm verhogen.
Een dysbiose kan de verbindingen tussen de darmcellen kapot maken. Op de foto is te zien
hoe candida de darmwand beschadigd. Ook is bij een chronische darminfectie de glycoproteinematrix van de darmwand beschadigd, Door deze twee factoren neemt de doorlaatbaarheid van de darm toe.
Daardoor kunnen grote hoeveelheden onvolledig afgebroken eiwitten door de darm worden opgenomen. Deze eiwitten kunnen vervolgens allergische reacties geven en ook kunnen ze een interactie aangaan met het CZS. Ook wel dan opioiden of exorphines genoemd. Hier kom ik zo weer op terug.
In een studie met 21 autisten bleken 9 (43 %) een verhoogde permeabiliteit te hebben terwijl geen kinderen (n=40) in de controlegroep een verhoogde permeabiliteit hadden. Geen van de autistische kinderen had symptomen van buikklachten.
Dus het is zeer de moeite waard dit te onderzoeken met een lactulose-mannitoltest of er nou darmklachten zijn of niet.
Op zoek naar een relatie tussen allergie en autisme vond ik een studie met 36 autistische kinderen
waar verhoogde IgA specifieke antilichamen tegen caseine, lactalbumine en B-lactoglobuline gevonden en IgG en IgM tegen caseine. Bij de controle groep was dit significant lager (n=20). Gedurende 8 weken kregen deze kinderen een koemelkvrijdieet, er was daarna een verbetering te zien in het gedrag van deze kinderen.
Opioiden (hormonale stoffen die een morfineachtige werking hebben)
een andere theorie is de opioide-theorie. Door onvolledige afbraak
van peptiden, van met name gluten en caseïne in de darm, zouden deze peptiden een opioid effect teweeg kunnen brengen in het CZS.
Dit doen ze doordat ze zich verbinden met de peptidase-enzymen die nodig zijn om de lichaamseigen opioiden af te breken. Hierdoor ontstaat een verstoring in de neuronregulatie van het CZS.
Een studie
die gedaan werd bij 20 autistische kinderen met abnormale peptidenwaarden in de urine. Werd gedurende een jaar bij 10 kinderen een gluten en caseïnevrij dieet gehouden. De ontwikkeling van de kinderen met het dieet was significant beter dan de ontwikkeling vergeleken in de controlegroep.
Een andere studie kregen 46 autistische kinderen enzymen. Deze enzymen breken de peptiden uit caseïne en gluten af. Daardoor zouden ze geen effect meer kunnen hebben op het CZS. Nadat ze gedurende 12 weken deze enzymen gekregen hadden was er bij de kinderen 50-90 % verbetering te zien in hun gedrag.
Borstvoeding
Een mogelijk andere interessante factor is de duur van de borstvoeding.
Borstvoeding is essentieel voor het vormen van een gezonde darmflora en een goed functionerend immuunsysteem. Ook beschermt borstvoeding tegen infecties.
De duur van borstvoeding is in een studie
vergeleken bij 145 autistische kinderen en 224 normale kinderen. 24,8 % van de autistische kinderen hebben minder dan een week borstvoeding gehad. Vergeleken bij 7.5 % bij de normale kinderen. Dit is een significant verschil, hieruit blijkt dat vroeg stoppen met borstvoeding van invloed zou kunnen zijn op het ontstaan van autisme.
Secretine
Bij toeval ontdekt door ouders is het effect van secretine op autisme. Hun autistische kindje kreeg voor een darmonderzoek secretine en daarna zagen ze opmerkelijke verbeteringen in het gedrag van hun kind.
De resultaten van de onderzoeken zijn nogal wisselend. Negen gerandomiseerde dubbelblinde placebo gecontroleerde studies laten geen effect zien van secretine. Echter werd hier geen onderscheid gemaakt tussen autistische kinderen met en zonder gastro-intestinale klachten. Uit een studie waarbij dit wel gedaan werd. bleek dat de kinderen met chronische diarree wel een verbetering in gedrag vertoonde na toediening van secretine. De autistische kinderen zonder gastro-intestinale klachten werden niet beïnvloed door de secretine. Ook zijn er vele individuele successen bekend.
Tekorten aan voedingsstoffen
Als laatste wil ik nog een mogelijk tekort aan voedingsstoffen bespreken.
Het is logisch dat een disfunctionerend darmstelsel leidt tot tekorten van voedingsstoffen. Veel studies laten zien dat de kinderen deficiënties hebben. Uit een studie is gebleken dat het ook voorkomt dat de autistische kinderen tekorten hadden aan voedingsstoffen ten gevolge van hun slechte eetspatroon (tekort aan calcium, ijzer, vitamine B12 B2 en zink en dit wel bij 32 %). Wat weer kan leiden tot een slechte darmfunctie.
Vitamine B6 en Magnesium worden ook gesuppleerd aan autistische kinderen,hier zijn echter geen goede studies te vinden die dit effect bevestigen, wel zijn er individuele gevallen met opmerkelijke resultaten bekend.
Een dubbelblinde gerandomiseerde studie
laat bij autistische kinderen een verbetering zien in hun gedrag na toediening van vitamine C (8 g/70 kg/dag). Vitamine C heeft een effect op de dopamine-receptoren, dit kan invloed hebben op zowel gedrag en beweging.
Tot slot is mijn conclusie dat autisme een multicausale aandoening is. De oorzaak zit niet alleen in het brein. Het is duidelijk dat darmen en voeding een essentiele rol spelen. Behandeling van darmstoornissen, een aangepast dieet met orthomoleculaire aanvullingen, kan een wereld van verschil maken voor sommige autisten.
Ik dank u voor uw aandacht.
Alexandra Alons, arts
© 5 oktober 2002
De volgende artikelen en homepages zijn van belang voor behandelaars en geïnteresseerden:
Homepages:
www.autisme.nl
www.edelsoncenter.com/autism.htm
www.lef.org
www.ncbi.nlm.nih.gov/entrez/query.fcgi?db=PubMed
Geraadpleegde en aan te bevelen literatuur:
Baghdadli A, Gonnier V, Aussilloux C. [Review of psychopharmacological treatments in adolescents and adults with autistic disorders] Encephale. 2002 May-Jun;28(3):248-54. French.
Brudnak MA. Probiotics as an adjuvant to detoxification protocols. Med Hypotheses 2002 May;58(5):382-5
Brudnak MA, Rimland B, Kerry RE, et al Enzyme-based therapy for autism spectrum disorders - Is it worth another look? Med Hypotheses 2002 May;58(5):422-8
Burd L, Fisher W, Kerbeshian J, Vesely B, Durgin B, Reep P. A comparison of breastfeeding rates among children with pervasive developmental disorder, and controls. J Dev Behav Pediatr. 1988 Oct;9(5):247-51.
Corbett B, Khan K, Czapansky-Beilman D, et al. A double-blind, placebo-controlled crossover study investigating the effect of porcine secretin in children with autism. Clin Pediatr (Phila). 2001 Jun;40(6):327-31.
D'Eufemia P, Celli M, Finocchiaro R, Pacifico L, Viozzi L, Zaccagnini M, Cardi E, Giardini O. Abnormal intestinal permeability in children with autism. Acta Paediatr. 1996 Sep;85(9):1076-9.
Dolske MC, Spollen J, McKay S, et al. A preliminary trial of ascorbic acid as supplemental therapy for autism. Prog Neuropsychopharmacol Biol Psychiatry 1993 Sep;17(5):765-74
Horvath K, Perman JA. Autism and gastrointestinal symptoms. Curr Gastroenterol Rep 2002 Jun;4(3):251-8
Kidd PM. Autism, an extreme challenge to integrative medicine. Part: 1: The knowledge base. Altern Med Rev. 2002 Aug;7(4):292-316.
Knivsberg AM, Reichelt KL, Hoien T, Nodland M. Nutr Neurosci A randomised, controlled study of dietary intervention in autistic syndromes. 2002 Sep;5(4):251-61
Korvatska E, Van de Water J, Anders TF, Gershwin ME. Genetic and immunologic considerations in autism. Neurobiol Dis. 2002 Mar;9(2):107-25. Review.
Lightdale JR, Hayer C, Duer A, Lind-White C, Jenkins S, Siegel B, Elliott GR, Heyman MB. Effects of intravenous secretin on language and behavior of children with autism and gastrointestinal symptoms: a single-blinded, open-label pilot study. Pediatrics. 2001 Nov;108(5):E90.
Lombard J. Autism: a mitochondrial disorder? Med Hypotheses 1998 Jun;50(6):497-500
McCarthy DM, Coleman M. Response of intestinal mucosa to gluten challenge in autistic subjects. Lancet. 1979 Oct 27;2(8148):877-8.
McFadden SA. Phenotypic variation in xenobiotic metabolism and adverse environmental response: focus on sulfur-dependent detoxification pathways. Toxicology. 1996 Jul 17;111(1-3):43-65. Review.
Megson MN. Is autism a G-alpha protein defect reversible with natural vitamin A? Med Hypotheses 2000 Jun;54(6):979-83
O'Banion D, Armstrong B, Cummings RA, Stange J. Disruptive behavior: a dietary approach. J Autism Child Schizophr. 1978 Sep;8(3):325-37.
Owley T, McMahon W, Cook EH, Laulhere T, et al. Multisite, double-blind, placebo-controlled trial of porcine secretin in autism. J Am Acad Child Adolesc Psychiatry. 2001 Nov;40(11):1293-9.
Lucarelli S, Frediani T, Zingoni AM, et al. Food allergy and infantile autism. Panminerva Med 1995 Sep;37(3):137-41
Pavone L, Fiumara A, Bottaro G, Mazzone D, Coleman M. Autism and celiac disease: failure to validate the hypothesis that a link might exist. Biol Psychiatry. 1997 Jul 1;42(1):72-5.
Sponheim E, Oftedal G, Helverschou SB. Multiple doses of secretin in the treatment of autism: a controlled study. Acta Paediatr. 2002;91(5):540-5.
Tanoue Y, Oda S. Weaning time of children with infantile autism.
J Autism Dev Disord 1989 Sep;19(3):425-34
Horvath K, Stefanatos G, Sokolski KN,et al. J Improved social and language skills after secretin administration in patients with autistic spectrum disorders. Assoc Acad Minor Phys 1998;9(1):9-15
Wakefield AJ, Murch SH, Anthony A, et al. Ileal-lymphoid-nodular hyperplasia, non-specific colitis, and pervasive developmental
disorder in children. Lancet 1998; 351: 637-41.
Yamagata T, Aradhya S, Mori M, Inoue K, Momoi M, Nelson D. The human secretin gene: fine structure in 11p15.5 and sequence variation in patients with autism. Genomics. 2002 Aug;80(2):185.








